DE pre-REP TIJD

Wat vooraf ging aan de geboorte van mijn stamvader Dirk Salomon Rep

Wuivend riet

In de beginne is er niets dan wind, water en wat brokjes land. Als het water van de zee gaat stijgen, stijgt het grondwater mee. Veen begint zich te vormen en het veenpakket wordt alsmaar dikker. Plantjes komen aanwaaien: waterdrieblad, snavelzegge, wollegras, wateraardbei, pijpestrootje en varens. Later begint er heide te groeien en weer later bomen: berk, els en wilg. Dan dringt de zee weer binnen en dumpt er een laag klei. Dat gebeurt omstreek 5500 v. Chr.

De zee komt en gaat, brengt steeds meer klei mee. In het water begint nieuw veen te groeien en wel zo veel dat de zee geen invloed meer kan uitoefenen op het land. Er zijn nog wel wat zeegaten, bij Petten, Egmond en Katwijk, en daar stroomt de zee af en toe het binnenland in. Er ontstaan riviertjes met vertakkingen, onder andere naar het Oer-IJ. Omstreeks 3000 v. Chr, als het zeegat bij Egmond zich sluit, groeit het Oer-IJ langzaam dicht. Kleine stroompjes dringen het veengebied daarboven binnen. Hun sporen zijn nog steeds te zien.

Het gebied is nog ongeschikt voor permanente bewoning door de mens. Die woont al wel in het duingebied van Kennemerland. Via de kleine stroompjes dringen de duinbewoners het gebied binnen. Wanneer dat is geweest, weet niemand: de elfde, de twaalfde of de dertiende eeuw? Om er te kunnen wonen moeten deze pioniers het bos kappen, het land ophogen en afwateringssloten graven, die dienen voor vervoer en voor afscheiding. Het land is dan duidelijk gemarkeerd en het vee kan er niet af. Er ontstaat een slagenlandschap: vanuit een sloot worden haaks daarop en evenwijdig aan elkaar nieuwe sloten geraven. Ze monden uit in brede brede dwarsvaarten, wateringen, waaruit weer nieuwe 'slagen' worden gemaakt.

Maar het water blijft een geduchte tegenstander. Het veen houdt veel water vast. Om het land droog te houden moet er veel gebaggerd worden en moeten de sloten breed en diep gehouden worden. En naarmate er meer mensen bijkomen, komt er meer water. Om ieder stuk land worden nieuwe sloten gegraven. Op het laatst is er gewoon veel te veel water. Dat 's winters veel land onder water staat is niet zo'n ramp (het vee staat toch op stal), maar wel als het water in het voorjaar niet snel genoeg weg trekt. Er moeten dijken worden gebouwd om het waterniveau te beheersen. Een dijk bouwen doe je niet in je eentje. Daar is samenwerking voor nodig. De eerste geschreven bronnen gaan over dijkbouw, het herstel van dijken en ruzies onderling.

Dijken en ruzies

In schrift komt de naam Oostzaan voor het eerst voor in een negende-eeuwse goederenlijst van de Sint Maartenkerk te Utrecht. Daarin wordt het dorp Hostsagnem genoemd. Het kan zijn dat ook daarmee Oostzaan bedoeld wordt. Als het dorp in latere geschriften genoemd wordt, gaat het steeds over de dijkbouw, het herstel van de dijken en de ruzies daarover met de buren. De naam wordt in talloze variaties geschreven: Oessaen, Oestsaenden, Oestzaenden, Oestzaende, Oestzande, Oistzaenden, Oossanen, Oostzaanden, Oostsanen, Oostzanen.

Ter kruisvaart!

Paus Urbanus II
Paus Urbanus II roept op tot kruistochten naar het Heilige Land.

Op 27 november 1095 in de Franse stad Clermon maakt In paus Urbanus II bekend dat het Gods wil is dat Jeruzalem bevrijd wordt van de heidenen. De woorden van paus Urbanus ontketenen massale hysterie. Twee eeuwen lang houdt het idee van de kruistocht Europa in zijn ban. Zeker zeven kruistochten worden ondernomen naar het Heilige Land, al gebeurt dat heel anders dan de paus zich heeft voorgesteld. Het zijn vooral de verpauperde boeren en handswerklieden, die met vrouwen en kinderen op weg gaan naar Jeruzalem, in gezelschap van allerlei gespuis, struikrovers en andere schurken. Velen voelen zich geroepen, maar slechts weinigen keren terug van de reis naar het Heilige Graf. Al tijdens de eerste kruistocht (de enige die niet in een nederlaag, catastrofe of teleurstelling eindigt) komen 200.000 kruisvaarders om het leven. Bij de verovering van Jeruzalem worden tijdens een weerzinwekkend bloedbad 137.000 mensen gedood; 76.000 christenen en 61.000 Turken en Arabieren. Op een dag worden 50.000 mensen afgeslacht. Alle kruistochten tezamen eisen uiteindelijk 2 miljoen mensenlevens.

Kruisvaarders bij Jeruzalem
Kruisvaarders belegeren de stad Jeruzalem. Schoolplaat.

De Nederlanders doen dapper mee. De naam van één edelman is bekend: Godfried van Bouillon, de Hertog van Lotharingen, maar zoals gebruikelijk in de geschiedschrijving zijn de kleinere namen in de vergetelheid geraakt - hoe groot hun inspanningen ook zijn geweest en hoe groot de gevaren. Zij keren terug naar hun geboortestreek, naar de vergetelheid van alle dag en vervolgen de harde strijd om het dagelijks brood. Soms is hun huis er niet meer en moeten zij een nieuw begin maken: op de restanten van het oude of op een geheel nieuwe plaats, zoals een twee meter dikke kleiterp, die in 2005 wordt opgegraven in de Oostzaner Kerkbuurt.

Opgraving
Opgravingen leggen de prehistorie van Oostzaan bloot.

Het zou kunnen zijn dat één van die starters op de Oostzaanse kleiplaat een voorvader van de Reppen is, moe gestreden op een kruistocht en verlangend naar een veilig tehuis en vastigheid onder zijn voeten. Er zijn vage aanwijzingen in die richting: de ongebruikelijke voornaam Salomon én de afbeelding van een kruis op het graf van een voorvader. Het zou kunnen zijn. Er hebben tenslotte tienduizenden meegedaan aan die kruistochten.