achtergrond -

de spaanse griep

Mijn vader had nogal dunne polsen. Toen ik als jongetje daar eens een opmerking over maakte, zei hij dat dat gekomen was door de Spaanse griep en dat hij op sterven na dood is geweest. Op een handkar was hij naar de ziekenhuisbarakken aan Parkstraat te Zaandam gebracht om daar met veel frisse buitenlucht, ingepakt in dikke kleren,  te kuren en te genezen.

Spaanse ziekte
Advertentie voor tabletten tegen de Spaanse griep.

De ziekte is waarschijnlijk in Europa gekomen met de overvolle schepen, waarmee Amerikaanse militairen naar het Europese front worden gebracht. Van de 57.000 Amerikanen, die in de Eerste Wereldoorlog sneuvelen, sterven de meesten (43.000) aan de Spaanse griep. De ziekte grijpt snel om zich heen en duikt overal ter wereld op: India, Amerika, de Stille Oceaan, Azië. Alleen het geïsoleerde Australië blijft buiten schot. In mei 1918 wordt een derde van de Spaanse bevolking getroffen door de merkwaardige ziekte. De ziekte is van korte duur en betrekkelijk vriendelijk van aard, beweren officiële bronnen.

De ziekte zal berucht worden als de Spaanse griep. In de zomer van 1918 bereikt ze ook Nederland. Ze lijkt op een gewone griep die kinderen en bejaarden aansteekt en binnen een paar dagen over is. Maar er vallen meer doden dan normaal. Er vallen meer doden dan normaal. Er ontstaat angst voor besmetting. Ouders willen hun kinderen van school houden. Burgers zijn bang in de volle trams besmet re raken. Als het warm is, moeten de ramen open om ‘de smetstof te laten wegwaaien’, maar als de temperatuur onder de 62 graden F komt moeten de ramen dicht.

In het najaar komt de griep in alle hevigheid terug. Een kwart van alle ambtenaren is plotseling ziek. Het angstaanjagende is dat het vooral jonge en gezonde mensen treft. De griep slaat snel toe. Verhalen gaan over mensen die gezond hun huis verlaten en dood neervallen voor ze hun werk bereikt hebben. Hele gezinnen tegelijk worden getroffen; ze krijgen hoge koortsen, darmstoornissen en heftige spierpijnen, maar er is nauwelijks hulp te vinden.

Bakkerswagens en handkarren worden gevorderd om zieken en doden te vervoeren. Bijeenkomsten worden afgelast, restaurants worden gesloten, openbare begrafenissen worden verboden. Doodgravers zijn nauwelijks te vinden. Ze zijn ziek of bang om ziek te worden. De artsen weten geen oplossing. Rust, warme kleren en goed voedsel, zeggen ze. Anderen geven giftige injecties van kwik en chloor en raden aan de ziekte te verjagen met het eten van knoflook kamferballen en castorolie.

De bevolking wordt bang. Is de ziekte een gevolg van de oorlog met zijn mosterdgas en zijn rottende lijken? Maar Nederland heeft niet mee gedaan aan de oorlog. Is de ziekte een opgestoken, waarschuwende vinger van God? Abraham Kuyper, de calvinistisch voorman, schrijft: ‘In vroeger dagen toen de vreze Gods nog veel dieper bij de volkeren erin zat en meer heel het publieke leven beheerste, wekte zulk een epidemische krankheid het volk tot boetedoening en bekering op. Van zulk een openbare boetedoening en zulk een bidstond weet men in onze dagen niet meer.’
Pas in 1933 wordt het griepvirus gedetermineerd en kunnen anti-stoffen worden ontwikkeld, maar steeds opnieuw ontstaan nieuwe, grote griepepidemiën.  

Terug <

 


Opa in zijn karretje
Opa en oma Rep.