Patriotten en oranjegezinden

Arrestatie bij Goejanverwellesluis
Schoolplaat over de arrestatie te Goejanverwellesluis.

In het land groeien de tegenstellingen. De persoon van stadhouder Willem V wekt verdeeldheid. Democraten, een deel van de regenten, roomsen, doopsgezinden en luthersen verenigen zich in hun vijandschap tot de Prins en noemen zich Patriotten. Conservatieve regenten, de adel, het leger, de rechtzinnige predikanten en de massa van het volk blijven Oranjegezind.

Als de Amerikaanse koloniën in opstand komen tegen Engeland, kiezen de Patriotten de Frans-Amerikaanse kant en de Prins-gezinden de Engelse zijde. De Staten-Generaal kiezen voor Frankrijk en zo breekt in 1780 de vierde Engelse oorlog uit, die allerongelukkigst verloopt. De schuld van de Prins, beweren de Patriotten. Als na vier jaren de vrede van Parijs wordt getekend, keren de Patriotten zich steeds heftiger tegen de Prins. Zij krijgen evenwel te maken met diens strijdlustige vrouw, prinses Wilhelmina van Pruisen. De Prinses laat zich naar Den Haag rijden, maar de Patriotten houden haar tegen bij Goejanverwellesluis. Daarop valt Wilhelmina's broer, koning Frederik Willem II van Pruisen met 20.000 soldaten Nederland binnen en herstelt de Prins in al zijn waardigheden. Veel Patriotten vluchten naar Frankrijk, uit angst voor weerwraak en in afwachting van een ommekeer.

In Frankrijk breekt in 1789 de revolutie uit. Vier jaar later verklaart Frankrijk de oorlog aan tyran Willem V en begin 1795 rukt een Frans leger, waaronder een Bataafs legioen van uitgeweken Patriotten, over de bevroren grote rivieren het land binnen. De Fransen worden als verlossers binnen gehaald. De prins vlucht met zijn gezin op een visserspink naar Engeland. Nederland danst om de vrijheidsboom en heeft hoge verwachtingen van "vrijheid, gelijkheid en broederschap".

Inval Fransen
In de strenge winter van 1795 vallen de Fransen ons land binnen. Door de vorst zijn de grote rivieren bevroren en vormen geen belemmering voor de invallers.

De vreugde duurt niet lang. De Fransen halen de teugels aan. Napoleon eist absolute gehoorzaamheid van de veroverde gebieden en ergert zich aan het gebrekkige bestuurssysteem. Hij verandert de Bataafse Republiek in het Koninkrijk Holland en kroont zijn jongere broer Lodewijk Napoleon tot eerste vorst, maar krijgt daar gauw spijt van. Lodewijk kiest teveel en te vaak de kant van Nederland, vindt Napoleon. Hij treft maatregelen om Nederland binnenkort in te lijven bij het keizerrijk Frankrijk. Een sombere toekomst wacht Nederland.

Weerkorpsen in Oostzaan
De tegenstellingen tussen Prinsgezinden en Patriotten zijn ook in Oostzaan merkbaar. In 1784 hebben de Patriotten de overhand; er wordt begonnen met het oprichten van weerkorpsen. Een lijst van weerbare mannen wordt opgesteld. De zoons van Cornelis Rep, Claes, Sijmon en Crelis zijn dan resp. 34, 31 en 26 jaar. Of ze weerbaar worden geacht, weet ik niet, aangezien ik geen onderzoek hebben kunnen doen naar de lijsten. De lijst van Oostzaan telt 277 namen. De derde van elke drie mannen is vrij. Dat wordt door loting vastgesteld, met twee blanco briefjes en één briefje met een E. Velen proberen vrijstelling of afkeuring te krijgen, vaak met een briefje van chirurgijn of heelmeester. Als reden worden opgegeven: breukgevallen, hernia scrotalis, zware convulsies, zwakte der natuur, stijve duim, rheumatiek, zere ogen, gemis van een oog, huiduitslag, verlamming en benauwdheid op de borst.

Patriotten
Excercerende patriotten.

De wapens voor het weerkorps komen uit Naarden. Aan Oostzaan worden 52 snaphanen geleverd, alle met bajonet, 6 vuurstenen en een patroontas. Oostzaandam en Oostzaan brengen drie compagnieën van 130 man op de been, die oefenen op het terrein van molen "De Wind" in Oostzaan, in de kerk van Oostzaandam en in het magazijn op het Rozendaal. In geval van nood zullen de weerkorpsen van Oost- en Westzaandam zich samenvoegen en de Grote Sluis op de Dam bezetten. Een honderdtal mannen, die uitgeloot zijn, vormen een burgercompagnie, de "zelfverdediging" geheten.

Na het incident bij Goejanverwellesluis verandert de politieke samenstelling van de Staten van Holland. Overal worden Patriotten uit hun banen gezet en Oranjegezinden nemen hun plaatsen in. Burgemeester Jacob van Heyningen blijft zitten waar hij zit en plaatst in de Haarlemmer courant een nijdige advertentie, als een Noordhollandse patriot beweert dat de burgemeester zeer tot nadeel van de hoge souverein dezer landen heeft gesproken. Van Heyiningen looft honderd gouden dukaten uit aan degene, die de beweringen van de "lasteraar" kan staven. Er komt niemand opdagen.

Op last van de Staten moeten de exercitiegenootschappen opgeheven worden. De geweren van de leden worden opgehaald en naar het Raadhuis gebracht. De gegoede leden, die over eigen wapens beschikken, blijken die plotseling kwijt te zijn. "Verkocht", "was geleend" of "nooit gehad" zijn de verklaringen. In Oostzaan worden 32 snaphanen, 25 patroontassen, 25 sabels, 1 degen, 1 vaandel en 1 trommel ingeleverd. Samen met de ingeleverde wapens uit Oostzaandam wordt het spul naar Naarden teruggestuurd. De trommels, geweren, patroontassen, sabels, hellebaarden en spontons worden door J. Schipper en Jelle Valk per schip teruggebracht. De fourier in Naarden klaagt dat veel van de 254 snaphanen in zeer slechte of verwaarloosde staat verkeren.

Guillotine
Guillotine, bloedig symbool van de Franse revolutie.

Als in Frankrijk de revolutie uitbreekt, is er opnieuw behoefte aan gewapende, weerbare mannen, die bereid zijn te strijden tegen "een vijand voor wie gene godsdienst noch de kerken heilig, geen goederen of eigendommen verzekerd, en gene wreedheden te gruwelijk zijn". Een handgeld van f 20 en een gage van f 3-10-: wordt toegezegd aan een ieder, die toe wil treden. Het zijn er niet veel.

Begin 1795 zijn de rollen weer omgedraaid. De Fransen zijn het land binnen gerukt. Op 24 januari vertrekt een commissie uit de banne, onder leiding van schepen Jacob van Heyningen (!), naar Amsterdam om de commanderende generaal van het Franse leger te complimenteren en te melden, dat de contra-revolutie ook in de banne plaats vond, dat de vrijheidsboom geplant is, dat de vlaggen op de publieke gebouwen staan, dat de nationale cocarde alom gedragen wordt en dat de gewapende korpsen zijn hersteld. De dag daarop komen in beide kerken van de banne, in Oostzaan en in Oostzaandam, 4000 burgers bijeen om volksrepresentanten te kiezen.

De landman krijgt recht op het bestuur van zijn landerijen. Polderbestuur en burgerlijk bestuur worden gescheiden. De functie van dijkgraaf wordt veranderd in "dijkrichter", want "graaf" klinkt al te adelijk. De eerste dijkrichter is Maarten van Oorden. De drie heemraden uit Oostzaan zijn Jacob van Heiningen , Jan Klooker en Jan Vleeshakker.