document -

lofdicht op het gouden echtpaar

 

Heilwensch

Heil en Zegenwensch aangeboden aan Onze Geliefde Ouders, behuwd en grootouders Martinus Rep en Comelia Kwak. Vader geboren 24 April 1844, Moeder 20 Julij 1842.
Ter Gelegenheid van hun 50 jarige Echtvereeniging.

(Het gedicht is gemaakt en waarschijnlijk ook voorgedragen door oudste zoon Jacob Rep)

Plechtig! blijde! is de stonde
Die ons heden zamenvoert
Loflied klinkt in deze woning
Dank stijgt tot den Hemelkoning.
Door een gouden band omsnoerd
Zit u daar o ouderenpaar
Op 't gouden feest van vijftig jaar.

Laat het altaar lieflijk rooken
't Geurt van blijdschap dezen dag
Vijftig jaren zaam in ’t leven.
Neen de dood mocht u niet kneve(le)n
God die spaarde u het graf.
Wel twee panden gingen heen
Dit was stof tot droef geween.

Ziet u oudste zoon thans heden
voor u staan, als tolk der schaar
Met de wenschen en gebeden
Voor dit dierbaar ouderenpaar.
Onze wensch is dat u harten
Tinteld van genot en vreugd
Waar u feest o gouden bruidspaar
ons aller hart verheugd.

Als wij thans teruggestaren
Wat doorleefd is door u zaam
Stippen wij u wedervaren
Op deez avond even aan.
Vader was een twintig jaren
Op de Sophie voor zijn brood
Toen ‘t een eind nam en nieuw leven
Voor hem voor het brood ontsloot.

Daar zag men de groentewagen
Vader Rep was negosant
Moeder stond hem trouw ter zijde
Ja 't was bruigoms rechterhand.
Loopen! Venten! en verkoopen
Scharrelen hier en venten daar
Was een tijd van einderlijk? hopen
Bruigom was van zessen klaar.

Bruidje luisterde na het tingelen
Van de heldere winkelschel
Wou zoo graag het laadje vullen
Rechte koopvrouw! snapt u wel.
Bordje aan van aantespreken
Dragen en veel maal naar 't graf
Dit was noodig voor het leven
Waarop God zijn zegen gaf

Zorg en moeite ook doorworsteld
Dan was 't eb, en dan weer vloed
Maar! Er ruischt in uwe harten
Haleluja! God was goed.
Kinderen met hun vrouwen kinderen
Zonen dochters in getal
Juichen met het gouden echtpaar
Zamen in hun feestgeschal.

Vijftig jaren! waren henen
Als een droom voorbij gesneld
Lieflijk heeft de zon geschenen
Maar de boom is niet geveld.
Neen! bezie de dierb're ouders
Kranig zien zij er noch uit
Is een sieraad voor de kinderen
Zulk een Bruidegom en Bruid.


En de Zus die noch in huis is
Roemen wij in 't feestlijk uur
Want zij was de steun der ouders
Met een hart vol liefdevuur.
Ja zij staat ze trouw ter zijde
Zoo bij nacht als ook bij dag
Waarom men haar altezamen
Als een zuster prijzen mag.

Broeders Zusters! Wat een liefde
Maakten wij als kinderen zaam
Laat een danktoon niet ontbreken
Prijzen wij den ouderen naam.
Dank! o dank! geliefde ouders
Voor hetgeen u voor ons deed
Veel rusten op u beiders schouders
Wat een kind ook nooit vergeet.

Nu eenparig is de bede
Dat de Heer u noch wat spaard
Met zijn heil u zaam omringen
Leven u zijn bloemen gaard
Dat gezondheid, moed en krachten
U ook sterken jaar aan jaar
Wilt het al van God verwachten
Want zijn hulp is wonderbaar.'

Laat ons zingen met elkander
Klinken het uit vollen borst
Looft den Heere! wilt hem prijzen
Hij is onze Levensvorst
Haleluja! Dank en eeren
Prijzen wij Hem altegaar
Laat ons zingen! Laat het klinken
Ter eeren van het gouden paar
Ps 150 vs 1.