Document -

arbeider in wormerveer

Zaanse arbeiders
Arbeiders van een verfmolen aan de Zaan, ongeveer 1898.

De socialistische voorman Dirk Schilp (1892 - 1969) heeft net als Simon Rep gewoond en gewerkt in Wormerveer. Een kort fragment uit zijn autobiografie:

"..Toen we in Wormerveer kwamen hebben we gewoond in een heel klein huisje in een steeg niet breder dan een meter waar geen zon binnen kon komen. Waarom we daar woonden weet ik niet. Later zijn we in elk geval veel beter gaan wonen. Maar dààr heb ik gewoond en dààr heb ik als vijf-jarig kind meegemaakt wat er in die steeg gebeurde. Het waren allemaal de armsten, meest schippers die er woonden.

Ik heb nooit echte armoede gekend. Ik geloof niet dat er ooit een snee brood tekort was. Mijn vader had een vaste positie, hij is nooit werkloos geweest. De cacaofabriek draaide wel. Het was eerst een klein pestfabriekje, dat later een heel grote fabriek werd, en daar zijn de miljonairs mee gegroeid. De familie Laan bijvoorbeeld, zoals in de hele Zaanstreek: daar vind je de chocoladefabriek, en daar vind je de gortfabriek, de rijstfabrieken, de oliefabrieken, de oliefabrieken, de grote en kleinere smederijen: het was een industrieel dorpje. De mannen gingen naar de fabriek, de jongens gingen naar de fabriek. (..)

Gebouwen familie Laan
Villa's en kantoorgebouwen van de familie Laan in Wormerveer.

Toen ik ging werken, als jongen van twaalf jaar, verdiende ik zestig centen in de week. Daarvoor moest ik 's morgens om zes uur in de smederij zijn, waar we 's morgens een kwartier schafttijd kregen, en waar we anderhalf uur de gelegenheid kregen voor het middageten, van twaalf tot half twee, en daarna gingen we dan weer aan de gang tot zeven uur. Dit was zo de algemene arbeidstijd. Een volslagen smid - ik zat dus op een smederij - verdiende in die tijd twintig cent in een uur. Daarmee maakte hij een arbeidstijd van meer dan zestig uur, wat hem op ongeveer twaalf gulden bracht. De ongeschoolde arbeider verdiende natuurlijk nog veel minder, misschien tien, elf gulden. (..)

Ik heb de Zaan gekend, waar alleen in één bocht, aan de overkant van het dijkje zoals we dat noemden, wel tien, twaalf molens stonden. (..) "Als de wind waait dan moet de molen draaien". Dan is er geen rust en dan gaan de molenaars ook niet weg. Dan bleven ze nachten in de molen en sliepen op de jutezakken die door hen tijdens het malen gestopt werden om straks weer volgeladen te worden. In deze toestand leefden tientallen Zaankanters voor een loontje van vier tot vijf gulden per week...."

Dirk Schip: Dromen van de Revolutie. Een verzwegen hoofdstuk uit de sociale beweging, verteld aan Joop van Tijn, Amsterdam 1967.

Terug <