herinneringen -

aan opa en oma rep

Cornelia Rep
Tante Corrie Stoorvogel-Rep.

Cornelia Stoorvogel-Rep, het oudste kind van Simon en Lize en mijn tante Corrie heeft heel wat herinneringen aan haar ouders. In aanwezigheid van haar zoon Kees praten we in mei 1985 bij haar thuis over "vroeger", allereerst over haar grootouders aan moeders kant. Dat zijn Klaas Kroonenberg en Sijke van der Meij. Ze wonen in Elburg als Klaas op 19 september 1874 de geboorte van Elisabeth (mijn oma) komt aangeven. Kopieën van haar geboorteacte en van haar trouwacte heb ik bij me.

Cees: O, mam, hier ondertekent hij als Kroneberg. Weer een nieuwe spelling! Weet u wel: het was Kronenberg met één of twee o's. Maar uw grootvader, die schreef hier: Kroneberg.
Corrie: Ze hebben d'r zelf ook mee gerommeld. Oma zegt: je moet het met één o schrijven. Dat komt omdat die grootouders, die oude mensen, dachten dat als het er niet goed stond ze dan een hele erfenis zouden mislopen. 't Ging altijd over geld. O, verschrikkelijk.
Jelte: Op de trouwacte schrijft oma haar naam met twee o's.
Corrie: Op het einde van haar leven moest er ineens een o bij. Toen zei ik: waarom is dat? Eh.. nou ja .. dat vind ik beter, zei ze.
Cees: Mam, u vertelde toch dat uw grootmoeder Van der Meij niet kon schrijven?
Corrie: Nee, die kon niet schrijven.
Cees: Want hier staat met koeien van letters haar naam erboven, maar op de verkeerde plaats. Ik denk dat ze d'r hand hebben vastgehouden.
Corrie: Ze maakt veelal een kruisje.
Cees: Maar uw andere grootmoeder, die kon wel lezen en schrijven?
Corrie: Grootmoeder Rep wel. Die was bijdehand.

Natuurlijk belandt ons gesprek bij Simon Rep en Elisabeth Kroonenberg, mijn opa en oma. Ik zelf heb hen alleen maar het laatste stukje van hun leven meegemaakt: opa als een stramme kale man, zwaarwichtig en onmachtig neergedrukt in zijn stoel; oma, krom en gekrompen, altijd bezig te beredderen. Maar tante Corrie en ook neef Kees hebben hen in hun volle kracht beleefd.

Corrie: Opa, die is op de Koog geboren, in dat huis waar nu de stijfselfabriek van Duyvis staat. Daar stond een stel houten huisjes.
Jelte: Wat voor beroepen heeft opa allemaal gehad?

Corrie: Nou, niet zo gek veel hoor. Hij is eerst in Wormerveer getrouwd...
Cees: Als je hoort hoe primitief dat ging, toen ze trouwden. Ze hadden toen geen eens een vork in huis. Dat heeft oma wel eens verteld. We hadden geen vork, zei ze. Nee hoor. Een mes en een lepel voor aan tafel, dat was genoeg.
Corrie: Nee hoor, zo erg was het niet.
Cees: Ja hoor. Later, zegt ze, is een vork erbij gekomen. Maar dat vonden ze in het begin niet nodig.
Corrie: In Wormerveer is opa op zo'n fabriek geweest. Maar daar kon hij niet tegen. Dan begon hij vreselijk te hoesten. En toen is hij schipper geworden.
Cees: Was hij niet op een stijfselfabriek?
Corrie: Toen niet meer. Hij is wel een beetje van de ene baan op de andere gegaan. Maar hij kon het niet houden, omdat hij veel te veel aan die buitenlucht was gewend. Hij begon te hoesten. Hij kon het niet hebben, dat binnenwerk. En toen is hij al heel gauw schipper geworden bij Smit. Bij schipper Smit is hij jaren geweest. En toen later bij Jongewaard en zo, maar altijd in de schipperij.
Jelte: En daarom zijn ze van Wormerveer naar Zaandam gegaan?
Corrie: Hij schipperde altijd in Zaandam, want Smit woonde bij de nieuwe brug, de Noorderbrug - bij het Kalf in de Oostzij. Die schipper had een baas, die heette schipper Smit. Als de knechten 's morgens vroeg hun vrouwen stuurden om te zeggen, dat ze ziek waren en niet konden komen, dan riep hij altijd door de dichte deur: "Dan moet je maar lindebloesem drinken. Dan moet je maar lindebloesem drinken. Dan word je niet ziek"...
Jelte: Bent u allemaal op hetzelfde adres geboren?
Corrie: Nee, ik ben op Wormerveer geboren. En oom Klaas is op Wormerveer geboren en jouw vader is in de Oostzijde geboren, bij het viaduct, waar oude opa dat groentewinkeltje had. In Wormerveer hebben we op twee adressen gewoond. Eerst op de Transvaalsstraat en later in de Blekermolenstraat of Blekerstraat. En toen zijn we naar Zaandam gegaan.

Na wat discussie stellen we de adressen vast, waarop mijn grootouders in Zaandam hebben gewoond: Oostzijde 260E, bij het Kleine Glop, toen de Havenstraat, toen de Jan Windhouwerstraat en toen de Rosmolenstraat.

Corrie: Verhuizen was vroeger makkelijk. Dan hoefde je geen Grote Schoonmaak te houden. Als een huurhuis leeg kwam, liet de huisbaas het schoonmaken. Als je dan verhuisde, kwam je in een schoon huis en dan was je meteen klaar.
Cees: Maar zelfs voor die tijd verhuisden opa en oma toch nogal veel?
Corrie: Oma, die had nooit rust. Ik weet nog wel dat het op een gegeven moment zo ontzettend stormde. Toen waren we ook al aan het verhuizen. Toen gingen we van die huizen uit die Strijbes...
Cees: Ja, dat was het huis van Strijbes. Dat was Oostzijde 260.
Corrie: Ja, toen we daar naar toe gingen, toen kwamen we van het Grote Glop. Daar hebben we ook nog een huis gehad. Toen heeft tante Kee ons helpen verhuizen. En toen stormde het zo!
Cees: Dat ging met de hondekar van opa, geloof ik?
Corrie: Ja, die houten kar, waarmee hij groente uitventte. Daar zijn we mee verhuisd. Daar deed tante Kee alles in en wij duwen en duwen. Want opa was er helemaal niet.
Cees: Die was opgehouden. Die zat nog in Amsterdam.
Corrie: D'r gebeurden toen ongelukken met die storm. D'r was ook nog een bootje ondersteboven gewaaid en toen is schipper Smit naar Amsterdam gegaan om naar zijn boten te kijken of waar zijn boten waren gebleven. En toen heeft hij opa gevonden. Die lag daar ergens aan de haven in Amsterdam. En toen zei schipper Smit tegen opa: Zeg, waar woon je nou eigenlijk? Toen zegt opa: Dat weet ik niet! [gelach]. Zegt: ik weet helemaal niet waar ik woon, want ik zou deze week verhuizen, maar ik weet niet of het doorgegaan is. Toen wist opa helemaal niet waar hij woonde. En toen heeft tante Kee Rep geholpen. Nou, dat moest je toch bewonderen: achter die grote kar met die hele verhuizing, met die kasten en alles erop, duwde ze. Toen hebben wij die boel allemaal overgebracht.
En toen de andere dag (op een zondag was het; ik weet het nog goed) kwam ik huilend binnen, want opa zat ineens aan tafel. Want wij dachten dat we opa kwijt waren, zo'n storm was het en d'r waren een heleboel opgelukken gebeurd met die bootjes. Wij dachten dat opa was verdronken. En toen zat hij daar aan tafel en ik begon te huilen. Toen ben ik hem om zijn hals gevallen.
Jelte: Waren het zeilschepen, waarmee opa voer?
Corrie: Ja, dat ging nog op de wind. Later is die motor erbij gekomen. Tot grote angst van oma.
Cees: Oma vertelde wel eens, dat er 's morgens vroeg op de deur geklopt werd: "Simon, de wind is goed. De wind is oost. We gaan varen". Dan klopten ze even. 's Morgens heel vroeg, om een uur of vier. "De wind zit in de goeie hoek. De wind is oost".

Jelte: Bevoer hij alleen de Zaan of ging het ook naar Amsterdam?
Corrie: Amsterdam. Hij kwam ook 's nachts wel eens niet thuis. Dan bleef hij slapen in de boot.
Cees: Ik weet nog wel dat ik een jochie van een jaar of zes was - dat was aan de Havenstraat-, toen opa nog voer. Dan mocht ik wel eens een keer mee. Van de ene steiger naar de andere en dat vond ik geweldig als jochie. Kleine eindjes waren dat: honderd, tweehonderd meter.
Jelte: Tot wanneer heeft hij gewerkt?
Cees: Ik geloof dat opa tot ongeveer z'n 55-ste gewerkt heeft; 54, 55.
Corrie: Zo lang heeft hij nog gewerkt met zijn reumathiek!
Jelte: En toen moesten opa en oma commensaals nemen?
Cees: Ja, toen woonden ze nog aan de Haven en toen zijn ze verhuisd naar de Jan Windhouwerstraat; begin van de jaren 30. Die huizen waren toen net gereed gekomen. Dat zal ongeveer in '33 geweest zijn. Nee, eerder al, want ik ging er wel eens heen in de zomervakantie. Dan was ik er een paar dagen. Toen hielden ze commensaals. Ik was toen een jaar of acht, negen.... Ik vond het altijd reuze gezellig: 's avonds domineeën, hele competities! Opa kon dan niet slapen van de opwinding. Jongepier was er ook in de kost. Die naam heb je ook wel gehoord; de vader van de organist. Die was politieagent. Dat was een goeie. In de oorlog heeft hij zijn baan opgezegd en is hij bij Verkade, bij de veiligheidsdienst, gekomen.

Commensaals
Links twee commensaals, Tinus Rep, zijn vader en moeder Simon en Lize, en nog een commensaal in het huis aan de Jan Windhouwerstraat in Zaandam.

Een nieuwe herinnering komt boven: ze hebben ook nog in de Schoolmeesterstraat in Zaandam gewoond.

Corrie: Ik heb op twee nummers gewoond in de Schoolmeesterstraat. Oma, die verhuisde ieder half jaar.
Cees: Ja, want je hebt ook nog gewoond (dat vertelde opa wel eens) op een huis aan de Zaan. Daar kon hij zo uit zijn bed vissen.
Corrie: Ja, dat is waar nu de Alkmaarder Pakket wel 's aanlegt. Daar had je een steiger en daar stond het. Het huis staat er nog. Het is zo'n ouderwets Zaans huis, een mooi huis, en daar woonden wij. Opa, die lag dan op bed en dan ging hij vanuit bed vissen. Oma zegt: dat was wat lekkers, die spartelende vissen in je bed! Gelach. Ja. dat was een stel, hoor!

 


Opa in zijn karretje
Opa en oma Rep.