Martinus rep 1904 - 1991

Mijn vader, Martinus Rep, wordt geboren op 13 maart 1904 in Zaandam, als het jongste van de drie kinderen van Simon Rep en Elisabeth Kroonenberg. Hij groeit op aan de Oostzijde en doorloopt de christelijke lagere school aan de Vinkenstraat. Dat is een flinke afstand, je moet over de Dam of over de Hoopbrug, maar er valt onderweg genoeg te beleven. Met de pet en met knikkers zijn er tientallen spelletjes te spelen en de tijd vliegt.

Ouderlijk gezin
Tinus (2e van links) als jongeman. Rechts van hem: Corrie, Klaas en moeder Lize. Links vader Simon.

Jeugdbelevenissen
Veel indruk maakt de noodlottige brand op de Dam in 1911. Een aantal woningen brandt volledig af. Tinus kent die huizen goed. Hij komt er dagelijks langs naar en uit de Vinkenstraatschool. Een van de dodelijke slachtoffers is een klasgenoot.

Brand op de Dam
De ravage op de Dam na de noodlottige brand.

Een andere indrukwekkende jeugdherinnering is de watersnood van 1916. Het zoute water van de Zuiderzee bereikt het ouderlijk huis in de Oostzijde en het duurt ruim drie maanden voordat het water weer weggetrokken is. Alleen over een provisorische damwand kun je de stad in en naar lagere school of de kerk gaan.

Na de lagere school is het met het spelen gedaan. Hij moet meehelpen om de kost te verdienen en als hij verder wil studeren, moet hij dat maar in zijn vrije tijd doen. In 1918 - hij is dan 14 jaar - wordt Tinus ernstig ziek door de Spaanse griep, die de halve wereld in een dodelijke greep heeft. Hij moet kuren in de ziekenhuisbarakken aan de Parkstraat.

Tinus volgt alleen de lagere school. Dan is het met het spelen gedaan en moet hij mee helpen om de kost te verdienen. Als hij meer wil leren moet hij dat in zijn vrije tijd doen. Tinus (dat is zijn roepnaam) doorloopt heel wat baantjes. Hij is jongste bediende bij wijnhandel Nieuwenhuizen, bij Albert Heijn, hij sjouwt zware balen bij Zwaardemaker, hij is kantoorklerk bij de gemeentebelasting en bij het slachthuis, kantoorklerk en later agent bij Wessanen en vertegenwoordiger bij puddingfabrikant Homburg. Hij kan autorijden en behaalt een diploma machine-schrijven. De ideale baan laat evenwel lang op zich wachten.

Hij leert een Fries meisje kennen, Meintje Jacobje Rozema, dochter van een hoofdagent van politie. Juist als ze trouwplannen maken, breekt een economische crisis uit. Zijn baas Homburg kapt drastisch in het loon en de provisie van Tinus. 'Mocht U hiervoor niet kunnen werken, dan laat ik U in alles vrij, daar ik U vanzelf een beter bestaan zou gunnen, indien het U mocht gelukken dit te vinden. Dit zal U echter niet meevallen'. Tinus gaat voor zichzelf werken, als zakenman, onder andere als handelaar in banketwaren. U Vraagt En Wij Draaien Zes Spritsen Voor Een Kwartje, staat er op zijn autootje en Rep's Koek & Banket op zijn koekblikken. Hij gelooft in de kracht van reclame.

Verlving Tinus en Meintje
Verlovingsfoto van Meintje Jacobje Rozema en Tinus Rep.

Op 19 juni 1935 trouwen ze op het gemeentehuis van Zaandam. Meintje is dan 24 jaar, Tinus 31. Als getuigen treden op Tinus' broer Klaas en Meintjes broer Teun. Het huwelijk wordt kerkelijk ingezegend in de gereformeerde kerk in de Stationsstraat door ds. Van Dijk. De bruid draagt een lichtgroen complet, een royale strooien hoed en een bruidsboeket met oranje lampionbloemen. Ze gaan wonen in een nieuwe buurt in Koog aan de Zaan, de Bloemenwijk: Vioolstraat 7. Daar worden twee kinderen geboren: in 1936 Simon en in 1946 Martin. Ik word in 1940 geboren in het Gemeente-ziekenhuis van Zaandam.

Tinus is inmiddels in dienst van de luchtbescherming, hij patrouilleert 's nachts in zijn woonplaats. Overdag fabriceert hij houtwaren, aanvankelijk in de schuur achter het huis, later in een bedrijfspand aan het Breedweer. Het bedrijf wordt Rekoza gedoopt, REp KOoog aan de ZAan. Tinus bedenkt en kopieert allerlei houtwaren, van speelgoed tot houten fietsbanden. Na de oorlog legt het bedrijf zich toe op de productie van tabakspijpen, maar voordat ze het productieproces onder de knie hebben, zijn de importbeperkingen al opgeheven en wordt de markt overspoeld door Franse bruyère pijpen.

Gezin Rep 1947
Tinus en zijn gezin in 1947: Simon, Jelte, Martin en Meintje.

Tinus heeft ernstige rugklachten (door het balen sjouwen bij Zwaardemaker) en ziet uit naar licht werk. Een arts adviseert een sigarenwinkel te beginnen: U bent toch al in de pijpen! Sigarenmagazijn Rep vestigt zich in de Meidoornstraat te Zaandam, in een wijk die de Uithoek heet, maar dat niet lang meer zal zijn door alle stadsuitbreidingen, die op het programma staan. Het wordt een goedlopende zaak met een ruim assortiment. In september 1955 overlijdt Meintje onverwacht na een gal-operatie. Ze is nog maar 44 jaar.

Twee jaar later hertrouwt Tinus Rep met Martha Jennigje Muis, een jonge vrouw die als huishoudster bij het gezin is komen wonen. Tinus adopteert haar zoon Arthur als zijn eigen zoon. Tinus en Martha bouwen het sigarenmagazijn uit tot een buurtwinkel met een assortiment dat varieerde van nylonkousen tot bonbons en van elektrische kacheltjes tot ijs. De zaak doet ook dienst als postagentschap.

In 1969 doen ze de winkel van de hand en gaan in Castricum wonen. Daar overlijdt Tinus 22 jaar later, in februari 1991. Martha is 17 jaar weduwe. Zij overlijdt in juli 2008 in Oosterbeek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Martinus Rep heeft heel wat baantjes.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Tinus, Martha, Arthur
Martha Muis, Tinus Rep en zoon Arthur.

Bleekveld bij Haarlem
De laatste jaren van zijn leven woont Tinus Rep in Castricum.