claes Pietersz rep 1657 - 1722

Claes Pietersz Rep is een van mijn stamvaders. Van hem weet ik niet veel, maar wel het één en ander van zijn broers en zuster. Outger en Aart vergaat het maatschappelijk niet slecht. Outger Pietersz Rep komen we tegen als commandeur van een walvisvaarder en Aart Pietersz Rep brengt het tot Schepen van Oostzaan. Van Aagje ontdekken we, dat ze buiten Oostzaan en buiten het huwelijk een kind ter wereld brengt.


Veel gegevens over stamvader Claes Pz Rep ontbreken. Wel weten we dat hij twee keer trouwt: eerst met Trijn Jacobs en later met Jannetje (Impje) Gieter. Trijn Jacobs is een bekende Oostzaanse voornaam. Beschermheilige van Oostzaan is Sint Catherina. Veel Oostzaanse meisjes zijn naar haar vernoemd. Uit het eerste huwelijk is ons één kind bekend: Eefje. Jannetje Gieter schenkt Claes (zeker) twee kinderen: Sijmon en Cornelis (waarschijnlijk vernoemd naar de vader van Jannetje).

De kinderen van Pieter Dirksz Rep worden in een welvaartstijd geboren. Den tijd van den grootsten bloei van Oostzaan, en van de meeste Volkrijkheid, zullen wij vrijlijk omtrent den jaare 1665 mogen stellen, schrijft A. Loosjes als hij een ruime eeuw later de Zaanlandse dorpen beschrijft. Er zit veel geld onder de mensen. De grond van Oostzaan is daarentegen arm. Ons lant is het allersnootste dat onder de Hontbossche gelegen is, laat Oostzaan officieel weten als het in 1562 voor de tiende penning wordt aangeslagen. Een onpartijdige landmeter geeft de Oostzaners gelijk. Hij constateert dat de landen slecht gedolven zijn en uit safte darige gront bestaan, die slecht geschikt is voor landbouw en gevaarlijk is voor veeteelt. De sloten zijn er zo diep, dat koeien die te water raken alle kans hebben te verdrinken. De Oostzaner boeren moeten hard werken voor een karig inkomen.

Wie meer geld wil verdienen, moet het buiten Oostzaan zoeken. Aan de overkant van het IJ bijvoorbeeld, in Amsterdam, dat als handelsstad gouden tijden beleeft. De banden met Amsterdam bestaan al lang. Zo breed is het IJ niet. Amsterdammers bezitten in Oostzaan grote stukken land. Oostzaner boeren proberen in Amsterdam hun boter en melk te slijten; boerenknechten zoeken er werk in de scheepvaart. De Amsterdamse handelsgeest steekt ook de Oostzaners aan. Sommigen proberen fortuin te maken in de binnenscheepvaart met ventjagerij. In de ene plaats beladen ze hun schip met goederen, die ze in een volgende plaats met winst trachten te verkopen. Anderen varen als schipper op schepen van hooguit honderd ton naar Scandinavië, Engeland, Frankrijk en Spanje. Dat gebeurt vaak op dezelfde manier als in de ventjagerij. In de Oostzee en bij Noorwegen varen de schippers van de ene haven naar de anderen om waren te kopen en te verkopen. Soms gaat een koopman mee. Zodra de landing verkocht is, stapt de koopman als passagier over op een ander schip om elders nieuwe goederen in te kopen. Deze handelaren staan bekend als schotskooplieden. Oostzaan kent er verscheidenen. Aangezien het gewoonte is bevrachtingscontracten bij de notaris te tekenen, komen de namen van Oostzaanse schotskooplieden vaak voor in de oude notariële akten van de stad Amsterdam.      

Walvisvaart
Geromantiseerd beeld van de walvisvaart op Spitsbergen. Schoolplaat.         

De Oostzaners zijn ook actief betrokken geweest bij de walvisvaart, zowel als bevrachter, commandeur, harpoenier of als bemanningslid. Jachtgebied is de eilandengroep Spitsbergen en vooral het gebied rond het eiland Amsterdam, waar het seizoendorp Smeerenburg is opgericht. Daar wordt aanvankelijk in grote ketels de traan uit het walvisspek gekookt, zodat ze in vaten meegenomen kan worden naar Nederland. De walvisjacht wordt zo intensief en de slachting onder de walvissen zo groot, dat Smeerenburg snel overbodig wordt. De vloot walvisvaarders kan niet eens meer de hele buit mee naar huis te nemen en moet grote hoeveelheden op Smeerenburg achterlaten. Bovendien trekken de walvissen steeds meer van de kust weg en zoeken ze hun veiligheid in de open wateren. De Hollanders blijven hen op de huid zitten en vergroten hun jachtgebied. Het wordt onrendabel de afgesneden spek naar Smeerenburg te brengen. Voortaan wordt het spek aan boord gekookt en als dat niet gaat, aan boord gekuipt om in Nederland te worden verwerkt. Rond 1640 raakt Smeerenburg in verval, maar de jacht op de walvissen gaat onverdroten voort.

In 1698 gaat onze verre oom Outger Pietersz Rep als commandeur van 't Raadhuys van Oostzaan ter walvisvaart. Hij wordt uitgezonden door de Oostzaner koopman Olfert Daalder, samen met twee andere schepen 't Dorp Oostzaan en De Eendragt van Oostzaan. Outger Rep verkent Spitsbergen intensief en vooral de noordkust.Hij ontdekt nieuwe gebieden en maakt uitvoerige aantekeningen, waarmee een fameuze landkaart van het gebied wordt gemaakt.

Bootje met vaten
Vervoer over het water. Tekening: Henk Tol.

Terug in Oostzaan
De terugkeer van dergelijke walvisvaarders is steeds een vermeldenswaardige gebeurtenis. In ieder geval voor de Oostzaner Jan Simon Daalder. Hij houdt een dagboek bij, waarin hij allerlei nieuwtjes noteert. Steeds als de eerste walvisvaarder van Groenland of de Straat Davis terugkeert, schrijft hij dat op. Walvistraan wordt in deze tijd in Nederland gekookt, en met name in de Zaanstreek. Wegens de stank en de watervervuiling wil Amsterdam die traankokerijen niet binnen zijn grenzen hebben, maar voor de Zaankanters stinkt geld niet. Zodra de walvisvaarders op het IJ hun ankers laten vallen, wordt het aan boord ingekuipte spek overgeladen op smakken, kleine boten, die het via het Barnde Gat en het Kalversluisje wegbrengen naar de stinkende traankokerijen, die aan de Twiske liggen. Stank deert Oostzaan niet.

Traankokerijen
Schilderij van A. Salm: traankokerijen aan de Twiske nabij Oostzaan.

Het dorp staat toch al in een kwade reuk vanwege zijn vele eendenkooien. Eendepullen worden Oostzaners vaak genoemd. Uitgerekend deze eendenhouders maken het meeste bezwaar maken tegen de traankokerijen. Zij klagen dat hun dieren geen tier konnen hebben in eenigh vuyl of anders smeerigh waters. Maar aangezien ook de blekerijen gevaar lopen en die de hooftneringe van Oostzaan zijn, besluiten Schout en Schepenen in 1661 de traankokerijen te beperken met het invoeren van een vergunningenstelsel.

Schout en Schepenen van de banne Oostzaan komen op gezette tijden bijeen in het Regthuis, dat niet ver van de kerk staat en dat in 1617 is gebouwd. De banne telt zeven Schepenen in totaal: drie uit Oost-Zaandam en vier uit Oostzaan. Samen met de Schout en hun secretaris handhaven ze het recht over civiele zaken. Criminele zaken dienen voor de rechtbank van Haarlem. De schepenen worden gerecruteerd uit de rijkste en bekwaamste ingezetenen. Eén van die schepenen is onze verre oom Aart Pietersz Rep. Zijn naam en zijn handtekening komen we vaak tegen in de oude notariële acten.

Aart Pz Rep overlijdt op 23 april 1722 in Oostzaan. Ruim een jaar eerder heeft hij een testament laten opmaken. Op 21 maart 1721, ...zijnde vrijdag des Savonts de Clock omtrent 10 uren ... wordt notaris Klaas Visser ontboden bij ... den E. Aart Rep, regerent Schepen alhier en sijn Egte Vrou de eerbare Wijfje Aarts, in de Kerkbuurt woonagtig, mij Not. bekent,....  Ze voelen zich zo ziek, dat ze een testament willen maken. Aart Rep is op dat moment 59 jaar. De notaris beschrijft de toestand in het huis: beijden siek en swakkelijk de een in de slaapkamer opt bedde liggent de andere in kussens gesgoort om den hoek van den haart sittende, egter haare verstande [? ...] de redenatie wel magtig sijnde.... Het opgestelde testament beschermt de langstlevende tegen aanspraken van erfgenamen en levert geen interessante gegevens op dan de handtekeningen van de Schepen en zijn vrouw.

De al eerder genoemde dagboekschrijver Jan Simon Daalder noteert ook steeds nauwgezet in zijn dagboek wanneer er kinderen buiten een huwelijk worden geboren. De vroedvrouw heeft in zo'n geval opdracht geen hulp te verlenen, voordat de aanstaande moeder in haar barensnood de naam van de vader heeft genoemd. Zodoende komen we in het dagboek ook de naam tegen van Aagje Rep, als ze 22 jaar oud is. Op 9 november 1687 is, aldus de aantekening van Daalder,
Aagje Rep op de bleeck buijten Haarlem verlost van een jonge dogter en Gerrit evertsz voor vaeder genoemt die agt dage daer na met haer de bruijdegom is geworden. Zomma alles Wel.

Aagje dagboek

 



De scheepvaart brengt welvaart aan de bewoners van Oostzaan.








Beurs van Amsterdam
De beurs van Amsterdam.









 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Regthuis
Het Regthuis van Oostzaan, waar Schepen Aart Pietersz Rep vaak te vinden is.

 

Bleekveld bij Haarlem
Jacob van Ruisdael schilderde dit gezicht op Haarlem met bleekvelden op de voorgrond. Hier baarde Aagje Rep een meisje.