SIJMeN rep 1809 - 1848

Stamvader is Sijmen Rep, het tweede kind en oudste zoon van Klaas Cornelisz Rep en Maritje Mik. Als hij 23 jaar oud is, gaat hij trouwen en laat hij zich intekenen in het trouwregister van de gereformeerde kerk van Oostzaan:

1809
den 28 Julij ingetekend
1' 2' 3'
Sijmen Rep Jongman
den 13' 
met
Aug
Trijntje Prinze Jonged. beide gebooren en
woonende te Oostzaan.

Sijmen is dan van beroep werkman, maar zal later opklimmen tot meestersknecht in een stijfselfabriek. Hun huwelijk duurt 39 jaar, tot aan de dood van Trijntje. Trijntje brengt zeven kinderen voort. De eerste twee sterven op jeugdige leeftijd. De andere vijf zorgen voor een talrijk nageslacht.

Voor Sijmen en Trijntje is de wereld groter dan Oostzaan alleen. In 1842 wonen ze aan de Oudendijk in Kralingen, in de omgeving van Rotterdam. Sijmen is dan 56 jaar en dient dan als meestersknecht in de Stijfselfabriek van den Heer Contze aan den Oudendijk te Kralingen. Een jaar later wonen ze alweer in Oostzaan en geven ze schriftelijke toestemming voor het huwelijk van hun zoon Pieter Rep met Mietje de Langen in Kralingen. Hun financïele positie is dan niet erg rooskleurig. Sijmen is weer gewoon werkman en ze hebben van de burgemeester van Oostzaan een Certificaat van Onvermogen gekregen, zodat ze geen zegel- en registratiekosten hoeven te betalen.

Op 17 oktober 1848 overlijdt Trijntje te Oostzaan in het huis staande alhier in wijk 2 # 110 [..], in den Ouderdom van Vijf en Zestig Jaren en Tien Maanden. Sijmen, 62 jaar oud en zonder beroep, blijft alleen achter. Zijn schoonzoon Cornelis Schaft (van beroep Arbeider) en een vriend van Trijntje, Kornelis van Berge (van beroep geëmplooieerde), ondertekenen op het stadhuis de overlijdensacte, zoals de wet het voortaan verlangt. Ook al zijn de Fransen dan reeds lang verdwenen, de door hen ingevoerde Burgelijke Stand is blijven bestaan. Alle geboortes, huwelijken en overlijdens worden nu keurig aangegeven en geregistreerd op het stadhuis. Desondanks heb ik tot op heden de overlijdensacte van Sijmen Rep niet kunnen terug vinden, alle naspeuringen ten spijt. Waar en wanneer hij is gestorven weet ik dus niet.

Slechte tijden
Koningen komen en gaan, maar voor de eenvoudige werkman blijft de malaise bestaan. Handel, zeevaart, visserij en industrie (inclusief de stijfselmakerijen) leiden een kwijnend bestaan. De drukke Amsterdamse haven, aan de overkant van het IJ, beleeft treurige tijden. In 1808 varen nog maar 390 schepen de haven in, in 1811 loopt er geen enkel schip meer binnen. De armoede neemt verder toe. Overal zwerven bedelaars door de straten.

Noodklok luidt.
Op 4 februari 1825, 's avond omstreeks elf uur, wordt in Oostzaan de noodklok geluid. Er staat een hevige noordwester storm en de zeedijk wordt bedreigd. Op enkele plaatsen loopt het water al over de dijk heen. Sijmen Rep en zijn jonge gezin wachten in angstige spanning af of de dijk het zal houden. Sijmen is 39 jaar, maar zijn kinderen zijn nog klein. Klaas, de oudste, is 10 jaar en Cornelis, de jongste, nog maar zes maanden.

 

 

 


 



De Rotte bij Kralingen
Sijmen en zijn vrouw Trijntje wonen korte tijd in Kralingen. Hun zoon Pieter leert hier Mietje de Lange kennen.













Handtekening van Sijme Rep bij het aangeven van de geboorte van zijn zoon Sijmen. Getuigen zijn Jan van Heteren, onderwijzer, en Dirk Schouten, werkman - net als Sijme.