pieter rep 1821 - 1867

Pieter Rep wordt op 14 november 1821, 's middags om vijf uur, in Oostzaan geboren als zesde kind van Sijmen Rep en Trijntje Prinse.  Hij trouwt op 17 februari 1843 in Kralingen met Mietje de Lange. Uit hun huwelijk worden tien kinderen geboren. Pieter overlijdt op 2 september 1867 in Zaandam tijdens een cholera-epidemie. Hij is dan 45 jaar oud.

Latenstein stijfsel
Stoom Mais Stijfselfabriek De Arend stond aan het einde van het Westerstijfselmakerpad in Oostzaan en was eigendom van de firma A.Latenstein. Op de achtergrond het pakhuis 'De Vriendschap' aan de Roemersloot, dat later verplaatst werd. Het complex verbrandde in 1925.

Pieter is de eerste stamvader, die voorgoed wegtrekt uit Oostzaan. Al zijn voorvaders, generatie na generatie, zijn in het dorp geboren, gedoopt, getrouwd en gestorven. Het vertrek van Pieter is niet vrijwillig. Hij wordt gedreven door armoede. In Oostzaan is nauwelijks meer werk en het werk dat er wel is wordt slecht betaald. De stijfsel is de belangrijkste werkgever in Oostzaan. Omstreeks 1855 telt het dorp vijf stijfselfabrieken: één van Jb. Brat met twee knechten, twee van C. Avis met zes knechten, één van Jacob en één van Jan van Heijningen, samen met zes knechten. De knechten hebben een dagloon van 90 centen. Verder zijn er twee kuiperijen, die voornamelijk voor de stijfselfabrieken werken. Daar werken drie knechten en twee jongens. Pieter is één van de knechten. Zijn dagloon zal ook zo’n 90 centen per dag zijn geweest.

Werk in Kralingen

Als Pieter 21 jaar oud is, werkt hij korte tijd in Kralingen, een dorpje onder de rook van Rotterdam, en heel ver weg van Oostzaan. Zijn vader heeft er in 1842 werk gevonden als meesterknecht in een stijfselfabriek. Het gezin woont aan de Oudendijk in Kralingen, temidden van tuingronden, waarop al eeuwen­lang groenten en fruit worden verbouwd. In deze periode leert Pieter Mietje de Lange kennen. Zij woont in Wijk A, Nr. 40 in de Warmoesierslaan. Martinus de Lange, haar vader, is tuinder.

Het verblijf in Kralingen is van korte duur. Waarom is mij niet bekend. De Reppen keren terug naar Oostzaan, waar Pieter werk vindt als kuiper. Achtergebleven in Kralingen bevalt Mietje op 30 januari 1843 van een zoon. Ze noemt het kind Simon, naar Pieters vader. Pieter gaat terug naar Kralingen en trouwt er op 17 februari 1843 met Mietje de Lange. Het kind erkent hij als het zijne. Mietje is dan 23 jaar, Pieter is twee jaar jonger: 21 jaar. Bij de huwelijksvoltrekking op het stadhuis van Kralingen is Pieter de enige Rep. Zijn ouders, Sijmen en Trijntje, hebben schriftelijk hun toestemming gegeven. Aangezien ze bij de burgemeester van Oostzaan als onvermogend bekend staan, hoeven ze voor het officiële document geen zegel en registratie-kosten te betalen.

Na de plechtigheid vertrekt Mietje met man en kind naar Oostzaan. Daar wordt al snel een tweede zoon geboren, die de naam van Mietjes vader krijgt: Martinus. Aldus krijgt het geslacht Rep er een nieuwe voornaam bij. Mietje brengt in totaal tien kinderen ter wereld: zes jongens en vier meisjes. Twee van hen overlijden in hun kinderjaren.

Armoede
Ongeveer één op de tien huisgezinnen in Oostzaan lijdt armoede. De werkloosheid is groot. Het zijn de depressiejaren (van 1843-1847). Wie wel werk heeft moet rond zien te komen van een hongerloon. Er wordt minimaal 12 uur per dag gewerkt. De uitvinding van de gasverlichting maakt de werkdag langer, maar de lonen niet hoger. De arbeider heeft het zwaar. Het sterftecijfer stijgt onrustbarend tot 30 en 50 per duizend inwoners. Als ook nog de broodprijs stijgt en de aardappel door ziekte schaars wordt, breken in veel steden hongeroproeren uit. De ellende is het grootst in de winter. Vooral de winter van 1951 is streng. Pieter en Mietje hebben dan zes kinderen. Geld voor verwarming is er nauwelijks of niet. Ze zijn overgeleverd aan de zorg van de kerkelijke diaconie. Ook de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen schiet te hulp. Ze organiseert in Oostzaan een buitengewone uitdeling van brandstoffen (turf waarschijnlijk) en eten. Daar komen ruim 30 huisgezinnen voor in aanmerking. In 1853 wordt in Oostzaan een vereniging tot werkverschaffing opgericht. Honderd personen gaan touw pluizen en ondergoed vervaardigen. Er wordt f 1100.- aan loon uitbetaald. Omgerekend is dat ruim honderd gulden de man, te weinig om de armoede te doen keren. In 1856 wordt geconstateerd dat de armoede nog steeds toeneemt. Zeven jaar later, in 1863 dus, is de nood zo hoog gestegen dat het burgerlijk armenbestuur voor het eerst een subsidie krijgt van het gemeentebestuur en wel van f 500.

Pieter heeft dan al Oostzaan verlaten en dit keer voorgoed. In 1858 trekt hij met vrouw en zeven kinderen naar Zaandam.  Pieter wordt waarschijnlijk aangelokt door gunstige berichten van zijn jongere broer Cornelis, die al eerder naar Zaandam is vertrokken en er werkt als stijfselmaker. Ze betrekken het huis, waar Cornelis woonde: Oostzijde 789. Ook Pieter gaat in Zaandam werken als stijfselmaker. Het is een zwaar beroep.

Zwaardemaker fabriek
Zwaardemaker en andere kolossale fabrieken gaan de Zaan domineren.

Cholera-epidemieën
De arbeiders wonen dicht op elkaar in overvolle huisjes aan de Zaan of aan de paden langs de vieze sloten met hun secreten (‘skaithoisies’) en hun boenwallen. Over de Zaan komen en gaan Indische retourschepen van Den Helder naar Amsterdam. Het is een ideale voedingsbodem voor vreemde ziekten, vooral voor de Aziatische cholera. Vier keer breekt een cholera-epidemie uit in de Zaanstreek. De medici menen dat de ziekte veroorzaakt wordt door overmatig drankgebruik, losbandigheid en slechte lichamelijke conditie. De bevolking wordt daarom aangespoord tot een sobere en hygiënische levenswijze, die de lichamelijke weerstand verhoogt en de besmettingskans verkleint. De autoriteiten maken zich vooral zorg om de armen. In september 1866 zamelt een choleracommissie van vooraanstaande burgers in Zaandam f 3000. - in ter ondersteuning van minvermogenden. Met dit geld wordt een cholerabarak ingericht en worden de waaklonen van de ziekenoppassers, het ontsmetten van lijf- en beddengoed, de doden en hun huizen betaald. Een tweede inzameling in oktober 1867 levert f 2500.- op. De mensen, die in het armenregister staan, krijgen gratis geneeskundige hulp van de “armendokter”, maar de ziekte verplaatst zich sneller dan welke dokter ook.

Cholera waart rond
De Zaan met z'n internationale scheepvaart is een broedplaats voor vreemde ziekten als cholera.

Vermoedelijke brandhaarden worden rigoureus aangepakt. Mesthopen worden massaal opgeruimd en straten op grote schaal gereinigd. Chloorkalk is daarbij een veelgebruikt middel. Het poeder wordt ook over de lijken van de choleraslachtoffers gestrooid. Ook de bedstede krijgt een grondige chloorkalkbehandeling. Beerputten worden in groten getale bedekt met een dikke laag kalk. Omdat vermoedens bestaan dat de ziekte door verontreinigde lucht wordt aangevoerd, wordt geadviseerd in huis schotels met carbolzuur te plaatsen. Op het erf, bij de buitendeuren, moeten vuren worden ontstoken met daarop rooktonnen, waarin verbrand stro, pek of chloor scherpe walmen doen opstijgen. Op verontreinigde sloten wordt teer gestort. Maar er worden geen voorzieningen getroffen voor het drinkwater. De vele regenbakken bij de huizen zien er goed onderhouden uit. Dat cholera verspreid wordt door besmet water is niet bekend.

De Zaanstreek wordt vier keer getroffen door een cholera-epidemie. Over de eerste epidemie van 1832-33 zijn weinig gegevens bekend. Bij de tweede golf van 1848-49 sterven in zes maanden 225 mensen in Zaandam. De derde epidemie van 1853-1854 gaat grotendeels aan Zaandam voorbij. De vierde epidemie in de jaren 1866-67 is de ernstigste. Er zijn veel slachtoffers: 21.286 in heel Nederland, 5,5 promille van de bevolking. Ook in de Zaanstreek houdt de ziekte flink huis. De piek van de epidemie ligt tussen 27 augustus en 4 september 1867, als 103 Zaandammers ziek worden en 60 overlijden. Tot de slachtoffers behoren Pieter Rep en zijn zoon Klaas. Ze sterven vier dagen na elkaar, in het zelfde huis aan de Oostzijde.

Klaas Rep sterft als eerste, op vrijdag 30 augustus 1867, 's nachts om 2 uur. Hij is het vierde kind van Pieter en Mietje, van beroep biersteker en bijna 21 jaar oud. De buren Dirk Siffels, een stijfelmaker, en Klaas Bakker, vermaalder, doen aangifte op het gemeentehuis.

Overlijdensacte Klaas Rep

De dood holt door de stad die dag:

1 uur Oostzijde 1024 broodbakker Bernardus Plek
1 uur Oostzijde 327 stalhouder Jan Jacobus Malchus
2 uur Westzijde 718 baby Jantje Praag
2 uur Westzijde 287 muzikante Hendrika Margaretha Thie
2 uur Oostzijde 789 de jonge biersteker Klaas Rep
4 uur Oostzijde 308 huisvrouw Guurtje Rek
4 uur Oostzijde 315 huisvrouw Sjoeke Tromp
6 uur Westzijde 426 huisvrouw Maria Catherina Melk
11 uur Westzijde 1163 huisvrouw Dieuwertje Kerkhoven
11.30 uur Oostzijde 540 brievenbesteller Jacob Vrolijk
12.30 uur Oostzijde 524 kuiper Jan van Valderen
13 uur Oostzijde 198 huisvrouw Frederika Blankemeijer
14.30 uur Oostzijde 315 bejaarde Jan Sietjes Tromp
17 uur Oostzijde 338 tapper Samuel Verhoef;
18.30 uur Oostzijde 272: huisvrouw Huibertje van den Burch
20 uur Oostzijde 811 vleeshouwer Jan Klooker
23 uur Oostzijde 540 baardscheerder Jacob Dorpema

Zeventien Zaandammers sterven die dag.

Drie dagen later, op maandag 2 september 1867 's avonds om 8 uur overlijdt Pieter Rep, “in den ouderdom van drie en veertig jaren en bijna tien maanden”, zo noteert de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dirk Siffels en een andere buur, de melkverkoper Coenraad Zemel Dz. zijn het komen aanzeggen op het gemeentehuis.

Overlijdensacte Pieter Rep

Cholera

Mietje blijft onverzorgd en ziekelijk achter. Ze verhuist naar Oostzijde 711b. Als haar zoon Martinus een half jaar later, op 2 februari 1868, trouwt met het weesmeisje Cornelia Kwak, is Mietje te ziek om naar het stadhuis te gaan. Ze moet schriftelijk haar toestemming geven. De zegel en registratiekosten kan ze niet betalen en ze krijgt een "Certificaat van Onvermogen". Twaalf dagen later, op 14 februari 1868, sterft ze. De postbode Gerrit Pekelharing en de klerk Willem Spiers doen aangifte dat Mietje overleden is, 48 jaar oud.

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kralingen
Tuinderijen een de Warmoezierstraat in Kralingen, waar Pieter Rep ooit de dochter van een tuinder zwanger maakte.

 


Handtekening Pieter Rep
Handtekening van Pieter Rep op 25 april 1844 bij de geboorte van zijn zoon Martinus. Getuigen zijn Sijmen Onrust, metselaar, en Jan Piets, melkverkoper, beiden uit Oostzaan.

 

 

 

 

 

Stijfsel van Duyvis
'Urling's Patent Stjfsel' was een bekend produkt van Jacob Duyvis te Koog aan de Zaan. Tegenwoordig wordt stijfsel nauwelijks meer gebruikt.