martinus rep 1844 - 1928

Martinus Rep en Keetje Kwak
Diamanten bruidspaar in 1928: Cornelia Kwak en Martinus Rep, mijn overgrootouders.           

Martinus Rep wordt op 24 april 1844 in Oostzaan geboren als tweede zoon van Pieter Rep en Mietje de Lange. Hij trouwt op 2 februari 1868 in Zaandam met Cornelia Kwak. Ze krijgen acht kinderen. Martinus oefent vele beroepen uit, van molenaarsknecht tot groenteventer. Niet lang na hun diamanten bruiloft sterven ze, enkele maanden na elkaar: Martinus op 6 november 1928, 84 jaar oud, Cornelia op 24 februari 1929, 86 jaar oud.

Naar de fabriek

In Oostzaan, waar hij opgroeit, is het een dooie boel. Er is nauwelijks werk en volop armoede. Tinus, 13 jaar oud, zijn broer Simon en twee dorpsjongens worden op heterdaad betrapt als ze peren jatten uit de tuin van een rijke dorpsgenoot. In 1858 veroordeelt de rechtbank in Haarlem de vier jongens tot acht dagen hechtenis plus de proceskosten.

Vader Pieter neemt daarop een drastisch besluit. Hij verlaat met zijn gezin Oostzaan voorgoed en verhuist naar Zaandam. Daar is wèl werk, ook voor Tinus. Net als zijn vader gaat hij aan de slag als stijfselmaker. Het is een beroep zonder toekomst, want de stijfsel­fabrieken gaan één voor één failliet. Uit Amerika wordt stijfsel geïmporteerd, dat van maïs gemaakt is en veel beter van kwaliteit is. Slechts drie van tientallen Zaanse stijfselfabrieken over­leven de crisis: N.V. Stijfselfabriek "De Bijenkorf" en de N.V. Stijfsel- en Aleuronaatfabriek der fa. Jacob Duyvis, beide in Koog aan de Zaan, en de N.V. Latenstein's Stijfselfabriek te Oostzaan.

Tinus is 23 jaar als hij trouwt. Zij is 25 jaar oud, vier maanden zwanger en heet Cornelia Kwak. Vanaf haar twaalfde is zij weeskind. Haar moeder, Neeltje Kerkhoven, sterft als ze 6 jaar oud is en als ze 12 jaar is, overlijdt haar vader, de schippersknecht Jacob Kwak. Ze belandt in het Burgerlijk Wees- en Armenhuis aan de Bloemgracht. Zij werkt er als kokkin voor de ongeveer honderd weeskinderen. Rozengeur en maneschijn zijn karig voor het jonge stel. Hun dochtertje, dat vijf maanden later geboren wordt, leeft maar twee weken. Hun tweede kind, Pieter, zal niet ouder worden dan elf jaar.

Tinus oefent heel wat beroepen uit. In akten staat als zijn beroep genoteerd: stijfselmaker, molenaar (1872), machinist (1874), korenmolenaar (1876), machinist (1883) en stoker (1886). Een stuiver per week meer is vaak al meer dan voldoende om van baas, baan en woonplaats te veranderen. Hij werkt enige jaren als molenaarsknecht op de meelmolen De Koker, een grote achtkantige bovenkruier, die in de Oostzijde aan de Zaan staat, aan de noordkant van het Grote Glop. Werken op een korenmolen betekent lange dagen van soms wel 16 uur voor een karig loon en met alle kans dat je hartstikke doof wordt door het enorme gedreun van de heiblokken, die de molen met vervaarlijke herrie laat neerslaan op het koren.

Op 21 juli 1870 verhuist hij met Corrie en de kleine Pieter naar Koog aan de Zaan, waar ze op het Kuiperspad gaan wonen en waar twee zonen, Jacob en Simon geboren worden. In de Koog werkt hij als maalder en later als machinist bij Honig, waardoor hij een paar gulden meer verdient dan een gewone arbeider. Machinisten moeten vroeg het bed uit en doen veel overwerk. De fabriek begint doorgaans om zes uur. Voor die tijd moet de machinist de ketel hebben aangemaakt en de machines aan het draaien hebben gezet. Het is heel smerig en heel gevaarlijk werk.

 

Arbeidersbudget

In een arbeidersgezin als dat van Tinus Rep is het geen vetpot. Het dagelijkse eten bestaat uit rijst (6 cent per pond), erwten (10 cent per kop = liter), slechte aardappelen met rode kool en azijn, of meel met water. Heel zelden komt er soep op tafel, gemaakt van koeiestaart. De melk, die ze drinken is dun en het witbrood dat ze eten is arm aan voedingsstoffen. Geld voor beter eten is er niet.
Hieronder een huishoud­boekje uit 1884. Het zijn de wekelijkse uitgaven van een metaalarbeidersgezin uit Krommenie. Het gezin is vergelijkbaar met dat van Tinus en bestaat uit man, vrouw en vijf kinderen. Het loon bedraagt: f 8.00. Voor kleding is niets uitgetrokken; de vrouw moet daarvoor uit werken gaan.


 
per week (in guldens)
Huishuur
1.00
Begrafenisfonds
0.30
Hoofdelijke omslag
0.60
Personeel (=belasting)
0.05
Ziekenfonds
0.24
Ondersteuningsfonds
0.10
Turf en hout
1.00
Klompen voor 4 personen
0.17
Wasch
0.20
Koffie
0.20
Melk
0.28
Petroleum
0.11
Tabak
0.20
Scheer- en kerkcenten
0.10
Roggebrood daagsch f 0.14
0.98
Wittebrood daagsch f 0.18
1.26
Boter
0.40
Middagmaal (rijst, erwten, aardappelen)
1.31
Totaal
8.00

Op 14 december 1874 keren Tinus en zijn gezin weer terug in Zaandam, waar ze een huisje in de Oostzijde betrekken. Tinus werkt 23 jaar lang als machinist op de Sophie van de firma Gebroeders Zwaardemaker. Als één van de firmanten sterft wordt Tinus ontslagen. Hij is dan ruim 50 jaar. Hij wordt groentenventer en trekt er dagelijks op uit met de groentekar, geholpen door zijn trekhond Pukkie, die in een tuig onder de kar zit. Het beroep van groentenhandelaar zal tot zijn achterkleinkinderen worden voortgezet, zij het met modernere en snellere transportmiddelen.

Daarnaast is hij aanspreker. Tinus houdt het vol tot zijn 76-ste. Ziekte ontneemt hem de kracht om almaar op straat te venten. Ze verhuizen op 26 augustus 1902 van Oostzijde 367 naar Oostzijde 313. Daar beginnen ze een winkeltje. Veel kracht hebben ze niet meer en het assortiment beperkt zich uiteindelijk tot alleen tabak en sigaren.

In 1918 zijn Martinus en Cornelia 50 jaar getrouwd. Ter gelegenheid daarvan maakt oudste zoon Jacob een ´Heil en Zegenwensch´, waarin hij hun levensloop de revue laat passeren ´Vader was een twintig jaren / Op de Sophie voor zijn brood / Toen ‘t een eind nam en nieuw leven / Voor hem voor het brood ontsloot. / Daar zag men de groentewagen / Vader Rep was negosant / Moeder stond hem trouw ter zijde / Ja 't was bruigoms rechterhand. / Loopen! Venten! en verkoopen / Scharrelen hier en venten daar ...

Diamanten bruiloft

Hun huwelijk duurt meer dan 60 jaren. De krant schenkt al gepaste aandacht aan de 55-jarige bruiloft van Tinus en Corrie met het afdrukken van beider portretten en een berichtje,  maar als het diamanten huwelijksfeest aanbreekt, krijgen ze uitvoerige aandacht van courant De Zaanlander.

De buurt versiert het huisje van het bruidspaar met slingers en lampjes. Het is vooral ‘s avonds een feestelijk gezicht. De krant drukt een foto en een opgetogen verslag af: "Toen de bruid en bruidegom werden gehaald om hun versierd huisje eens te zien, toen waren ze ook een en al bewondering voor én voor de versiering én voor hetgeen de menschen met ze op hadden. Het was dan ook een aardig en schilderachtig gezicht dit versierde en verlichte geveltje. We gelooven stellig, dat 's avonds menigeen eens een kijkje zal gaan nemen naar deze versiering. De electrische verlichting werd geheel belangeloos aangelegd door het Electro-Techn. Bur. J. Coenraads Jr."

De buurt had ook een cadeau ingezameld, meldt het verslag: "60 rijksdaalders, voor ieder jaar één. Dat de beide oudjes hiermede waren ingenomen behoeft niet te worden medegedeeld.  Het zal hun in deze dagen dan ook wel van pas komen. Om 8 uur bracht de trommel- en  hoornblazerclub van "Ons Aller Belang", onder leiding van de heer C. Bart, het bruidspaar een serenade. [..] De club was in groot tenue en de marschen die werden geroffeld en geblazen vielen wel in de smaak bij de oudjes en familie."

Optocht door de Oostzijde
Een optocht door de Oostzijde ter ere van het diamanten bruidspaar.

Fotograaf en verslaggever rukken opnieuw uit als de diamanten bruiloft haar hoogtepunt bereikt met een feestelijke optocht en een huldiging door de buurtbewoners van 't Kalf. De krant drukt een grote foto af en een veelomvattend verslag.

Tinus overlijdt op 6 november van het zelfde jaar, 84 jaar oud. Zacht en kalm, zegt de rouwkaart. Corrie sterft op 24 februari 1929, nauwelijks drie maanden later. Ook zij overleed “zacht en kalm in haar Heer en Heiland”, zegt de rouwkaart. Haar leeftijd 86 jaar en 7 maanden. Twee veel bewogen levens zijn plotseling voorbij.