SIMON rep 1874 - 1958

Stamvader Simon Rep, de vierde zoon van Martinus Rep en Cornelia Kwak, wordt geboren op 9 mei 1874 in Koog aan de Zaan, een dorpje aan de westelijke Zaanoever, vol nauwe straatjes en grauwe fabrieken. De fabrieken hebben ook het geboortehuisje opgevreten. De houten huisjes van het Kuiperspad, waar Simon wordt geboren, hebben moeten wijken voor de stijfselfabriek van Duyvis, maar veel is er niet aan verloren gegaan.

De woningen zijn klein en slecht en worden vaak bewoond door meerdere gezinnen tegelijk, soms alleen maar gescheiden door een houten wand. Hygiëne is er nauwelijks. Drinkwater komt uit de regenton, waswater uit dezelfde sloot als waaraan de skijthoissies staan. Simon is het vierde van de in totaal acht kinderen uit het arbeidersgezin. Twee van de kinderen, een jongen en een meisje, sterven voor ze twaalf jaar zijn, de leeftijd waarop ze mee kunnen verdienen. De overgebleven dochters zoeken zo snel mogelijk een dienstje bij een mevrouw, de jongens zoons gaan naar de benauwde, gevaarlijke fabriek, waar elke voorziening ontbreekt.

Wantoestanden:

Een jongen van elf jaar raakt met zijn arm beklemd tussen raderen en sterft daardoor. Zijn negen-jarig broertje vraagt of hij het werk mag overnemen, maar moet van de patroon eerst beloven beter uit te kijken dan zijn broer, want de baas heeft veel narigheid door het ongeluk gehad.

Simon zwerft van de ene fabriek naar de andere, maar het is overal dezelfde ellende. Hij werkt gemiddeld 80 à 85 uur per week voor een loon van acht tien gulden. Als hij 23 jaar is, werkt hij op de meelfabriek van Crok en Laan in Wormerveer en trouwt hij met een eenvoudig dienstmeisje met een deftige naam: Elisabeth Kroonenberg.

De socialistische voorman Dirk Schilp (1892 - 1969) heeft net als Simon Rep gewoond en gewerkt in Wormerveer.

Klaas Kronenberg Ma Kronenberg
Klaas Kroonenberg en zijn vrouw Sijke van der Mey.

Vader Klaas Kroonenberg, houtzaagmolenaar, is kort tevoren met zijn vrouw Sijke van der Mey en zijn gezin vanuit Elburg naar Zaandam getrokken, zoekend naar wat meer welvaart. Als ze dat niet vinden, blijft de Kroonenbergs alleen maar de hoop over op een vage, verre oom in Amerika, en discussiren ze veelvuldig over de juiste schrijfwijze van diens achternaam, bang de erfenis mis te lopen. Is het met n o en zonder n, of met n o en n n, of met twee O's en n n? Alle schrijfwijzen hebben hun aanhangers. Moeder Sijke heeft het makkelijk. Zij kan niet schrijven en iemand houdt haar hand vast als zij haar handtekening moet plaatsen onder de trouwacte van Lize en Simon.

Het is een kale boel bij het jonge bruidspaar. Geld voor vorken is er niet. Ze eten met mes en lepel. Lize poetst en boent, maar ze verhuist liever dan een grote schoonmaak houden. Bijna ieder half jaar laden ze hun karige spullen op en veranderen ze van adres.

Hun eerste twee kinderen: Cornelia en Klaas worden in Worverveer geboren, waar Simon werkt als fabrieksarbeider. Maar het is hem daar te benauwd en hij begint vervaarlijk te hoesten. Hij vindt als schippersknecht werk in de buitenlucht. Simons thuishaven is Zaandam, zijn vaarwater de Zaan en het IJ, zijn verste bestemming Amsterdam. Lize verhuist weer eens. In Zaandam wonen ze aan de Zaan, zodat Simon vanuit zijn bed kan vissen en Lize het bed moet delen met spartelende vissen. Ze maakt er na een half jaar een einde aan door opnieuw te verhuizen. In Zaandam wordt het derde kind geboren: Martinus, vernoemd naar grootvader Rep.

Gezin in 1920.
Circa 1920: Siem Rep (rechts-onder) met rechts van hem ma Kroonenberg en zijn vrouw Lize Rep-Kroonenberg. Bovenste rij: Anton Stoorvogel, Corrie Rep, Tinus Rep, Klaas Rep.

Simon maakt lange dagen. Als de wind gunstig staat wordt er 's nachts om vier uur al aan de buitenkant van zijn bedstee geklopt om hem te wekken. Ze varen op de wind, later pas met motorkracht. De koers naar de haven is makkelijker dan de koers naar bed. Dat trekt zeker eens per jaar op een verhuiskar door Zaandam, op aanwijzingen van Lize, zodat Simon meer dan eens voor een verkeerde deur staat.

Tot ongeveer z'n 55-ste houdt Simon het vol tegen de rheumatiek. Dan moet hij het varen opgeven, maar zijn donkerblauwe schipperspet houdt hij op als hij in zijn invalide­wagentje door Zaandam peddelt. Lize zorgt nu voor de kost met het houden van commensaals, met wie Simon 's avonds zo fanatiek domino speelt, dat hij er 's nachts niet van kan slapen. In 1942 zijn ze 45 jaar getrouwd en poseren ze met hun kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen plechtig voor de fotograaf: Cornelia (Corrie), haar man Anton Stoorvogel, hun drie kinderen Kees, Lize en Jenny, Klaas en zijn vrouw Nel Tromp, die geen kinderen hebben, en Martinus, zijn vrouw Meintje Rozema en hun twee kinderen, Simon en Jelte. Nog voor hun diamanten bruiloft stijgt het aantal kleinkinderen naar zes door de geboorte van Martin, het derde kind van Martinus en Meintje.

Familie Rep 1942
Opa en oma Rep zijn 45 jaar getrouwd. Achterste rij: Nel Rep-Tromp, Klaas Rep, Corrie Stoorvogel-Rep, Meintje Rep-Rozema, Tinus Rep met mij op z'n arm. Zittend: Jenneke en Lize Stoorvogel, oma en opa Rep, Simon Rep en Kees Stoorvogel.

Er volgt nog een diamanten bruiloft. Simon Rep sterft op 19 augustus 1958, als hij 84 jaar is, in zijn woning aan de Rosmolenstraat. Lize wordt bijna honderd jaar. Ze woont nog geruime tijd in bij haar jongste zoon Tinus, die een sigarenwinkel drijft in de Meidoornstraat 55, Zaandam, maar de laatste jaren van hun leven slijt ze in het bejaardentehuis De Citadel in Bergen, NH. Ze kan steeds minder zien en horen, eet met haar handen en slaapt, ingesnoerd in een tuig. Op 26 januari 1974 komt de langverwachte dood. Ze wordt in Zaandam begraven.

Opa en Oma Rep 1960
Lize Kroonebberg en Siem Rep zijn in 1957 een diamanten paar.

Ingelijst melodrama

Simon en Lize, mijn grootouders, hebben in hun huis in de Rosmolenstraat wel twee logeerkamers. Vroeger sliepen daar de commensaals, nu staan er alleen nog de bedden en wat meubilair. De kamer aan de voorkant van het huis is wat griezelig. Het bed is zo slap, dat als je je er op laat ploffen, je bijna verdrinkt. En vanuit dat bed kijk je op een afbeelding, die mij steeds weer droevig en angstig maakt: tegen een dreigende wolkenlucht staan een vermoeide, rusteloze man met twee kinderen stil bij een zerk. Het ene kind kan staan, maar het andere moet gedragen worden. Verder is er geen ander mens te zien dan die drie. Later, als ik kan lezen, ontwar ik de titel van de plaat. Het heet: Bij Moeders Graf.

Bij Moeders Graf
Bij Moeders Graf, geschilderd door Jozef Israëls.

Er is ook een gedichtje dat zo heet. Misschien vinden opa en oma het wel mooi:

BIJ MOEDERS GRAF
Daar, naar het groene kerkhof,
Waar kruis en steenen staan,
Daarheen ging onze Moeder;
Wààrom heeft ze 't gedaan?

Zij ziet niet meer heur kindren,
Denkt niet aan Vaders smart;
Gesloten zijn hare oogen,
Gesloten is haar hart.

Met ieder voorjaar bloeijen
Weer bloempjes op haar graf;
En ieder najaar neemt er
Die bloempjes ook weer af.

Och, liefste, liefste Moeder,
Waarom zijt gij gegaan?
Als gij ons hier eens zien kondt,
Dan ... hadt ge 't niet gedaan.
                                                                                                     
J.J.A. Goeverneur (1809 - 1889)

Vraaggesprek
Het gebeurt niet zo vaak: een vraaggesprek met een tante. Maar Cornelia Stoorvogel-Rep, het oudste kind van Simon en Lize, heeft heel wat herinneringen aan haar ouders. In mei 1985 belt ze me op om te vragen langs te komen, want 'ik ben zo helder momenteel'. In aanwezigheid van haar zoon Cees praten we uitgebreid over vroeger.

 

 

 

 





Opa Simon Rep toen hij nog schipper was. Hij werd altijd met Siem aangesproken.
















 

 

 

 

 

 

 

 

 


Opa Siem Rep bezoekt in zijn invalidewagentje zijn jongste zoon. Vlnr: opoe Aukje Rozema, Tinus Rep, oma Lize Rep-Kroonenberg, ik, moeder Meintje Rep-Rozema.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opa en Oma met hun commensaals
De twee linker en de rechter man zijn de commensaals van opa en oma Rep.